zaterdag 12 januari 2013

Proloog van mijn boek

Hier volgt het proloog van mijn boek. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden.


Proloog


De sneeuw geeft het aanzicht op de gebouwen  op het terrein  iets pittoresk. Toch is alles wat zich in mijn hoofd afspeelt allesbehalve pittoresk. Wat er in die gebouwen gebeurt waarschijnlijk ook niet.  Veel heb ik niet bij me. Alles wat mijn leven vertegenwoordigt zit in een enkele boodschappentas. Er staan zoveel gebouwen op het terrein dat ik niet weet waar ik moet zijn. Het enige wat we hebben door gekregen is dat we ons moeten melden bij  “gesloten 1”. Het is koud en mijn laarzen kunnen niet tegen sneeuw (ook dat nog…) en in een  halfslachtige poging om mijn zenuwen te bedwingen neem ik nog een diepe haal van mijn sigaret om hem vervolgens uit te trappen in de sneeuw.

We stappen één van de gebouwen binnen.  In eerste instantie zie ik niemand, maar na een kleine inspectie vindt mijn man toch iemand. Bij de vraag waar we “gesloten 1” kunnen vinden, voel ik de blik van de man op mij rusten. Ik hoor hem bijna denken.  Wat heb jij gedaan om tijdelijk opgesloten te moeten worden?  “Gebouw 4”, is echter het enige wat hij zegt.

Gebouw 4 is zo gevonden.  Onbewust klem ik de boodschappentas met daarin mijn kussen dat overal mee naartoe gaat, dicht tegen mij aan. We staan binnen in een hal, en op de bordjes staat de richting aangegeven. “Gesloten 1” bevindt zich ergens op de begane grond, en dan zie ik inderdaad de gesloten deur, een bordje met daarop “gesloten 1” en een deurbel. Mijn man belt aan, even later hoor ik het gerinkel van een sleutelbos en de deur wordt opengedaan.

Een ogenblik later zitten we in een kleine kamer. De ruimte heeft iets kils. De wanden zijn leeg, de vitrage heeft zijn beste tijd gehad en de muren kunnen ook wel een likje verf gebruiken. Het enige wat er in de ruimte staat, is een tafel met vier stoelen. Op de tafel staat een telefoon.  Het wachten duurt lang. Seconden tikken tergend langzaam voorbij. Hoewel het doodstil is, is het in mijn hoofd allesbehalve stil.  De stemmen in mij voeren het hoogste woord. Ik weet niet wat er mij te wachten staat en dan worden de stemmen alleen maar heviger. We wachten op de arts assistent psychiatrie en een verpleegkundige. Arts assistenten, waarvan ik er de laatste tijd zoveel heb gezien, om over verpleegkundigen nog maar niet te spreken…

Na een minuut of tien, die in mijn hoofd eerder een uur leken, komen er twee mensen binnen.  Dan breekt de hel in mijn hoofd pas echt los. Hoe meer vragen er worden gesteld, hoe heftiger de stemmen in mij tekeer gaan. Ik mag niets zeggen. Hoe meer vragen er gesteld worden, hoe meer ik mij in mijzelf terugtrek. Dan wordt er gezegd dat ik minimaal twee weken hier moet blijven.  Ik slik een keer onhoorbaar. Twee weken… Ik hou het hier nog geen twee uur uit.

Ik krijg een rondleiding over de afdeling. Veel valt er niet te zien. Een huiskamer, een gang die rondloopt zodat mijn onrustige medecliënten tot in het oneindige rondjes kunnen lopen en deuren, veel deuren… Deuren, met daarachter slaapkamers en separeerruimtes. Ik krijg een tweepersoonskamer toegewezen. Mijn kamergenote is nergens te bekennen.

Dan is het tijd om afscheid te nemen. Ik loop met mijn man mee naar de deur, geef hem een stevige omhelzing en kijk hem na totdat de deur achter hem dicht en op slot gaat. Ik ben alleen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen